Onderweg 2011/2012


"Danielle  volgt haar eigen route. En juist dit maakt haar voorstelling zo sterk"

Daniëlle Schel. Ze is al de nieuwe Sara Kroos genoemd. In vijfentwintig minuten brengt ze ontroering, een schaterlach, tederheid en een flinke dosis onverschrokken schaamteloosheid. En op een dermate hoog niveau, dat we deze dame in de gaten moeten houden. In een gecreëerde burgerlijke omgeving trekt ze de toeschouwer mee in haar zoektocht naar een nieuwe identiteit binnen haar relatie. Met een liedje, een gedichtje, een verhaaltje en een onvervalst sterke mimiek maakt ze van haar voorstelling een intrigerend schouwspel voor – helaas maar – een klein half uurtje.

 

Een appel oppoetsen. Erop hijgen. Nogmaals poetsen. Neerleggen op de grote stapel. De volgende appel poetsen. Aan het begin van de voorstelling is de gelijkenis met een sprookje snel gelegd. De muziek geeft die sfeer nog een extra nadruk. Zachte sprookjesachtige pianoklanken golven door de zaal. Het toneel is lichtroze uitgelicht en Daniëlle staat daar in een witte trouwjurk appels te poetsen. Naast haar staat een paraplu en een zwart koffertje. Het decor is eenvoudig, maar doeltreffend. Twee grijze blokken, waaraan de poten voor de waslijn zijn vastgemaakt, staan links en rechts op het podium. Het bergje appels achterin.

 

De eerste minuten van Onderweg worden in stilte gespeeld. Met alleen de sterke mimiek van de actrice en het ophangen van een waslijn worden deze opgevuld. Er volgt een gedichtje over een toverstaf en stront: hondenkak. Ze zet de toon voor haar voorstelling. Het gedichtje gaat namelijk niet over stront maar over haar relatie. Die relatie is eigenlijk de burgerlijke standaard geworden, en waar is het eigenlijk misgegaan? Over die vraag gaat de voorstelling. Het is een zoektocht, een poging om los te breken uit het sprookje waarin ze vastzit. Over iemand die alles heeft, maar dat alles niet wil hebben.

 

Deze voorstelling is lastig te vangen in een genre als cabaret of kleinkunst. Danielle Schel volgt haar eigen route. En juist dit maakt haar voorstelling zo sterk. De onvoorspelbaarheid van het verloop van de voorstelling maakt het spannend. Ze is onverwacht grappig, kan ontroeren met een plotselinge sfeerverandering, is schaamteloos absurdistisch en brengt een moraal zonder het belerende vingertje. Danielle Schel richt de moraal op zichzelf in plaats van op het publiek. Met een tekst die spontaan verzonnen lijkt, zo natuurlijk komt hij over. Het enige liedje dat in de voorstelling zit, zorgt ervoor dat het publiek giert van het lachen. Maar het lied laat ook haar muzikaliteit zien. Om daarna Onderweg naar een mooi eind te brengen.

Daniëlle schotelt haar publiek een kleine ruwe diamant voor. Ze neemt het publiek met flink veel humor mee in haar achtbaan van gevoelens en tegenstrijdigheden. Hierbij speelt haar mimiek een grote rol. Toon Hermans deed ooit een sketch waarbij hij zijn assistent zijn tennisracket uit de auto laat halen. Vervolgens is hij een minuut of vijf stil terwijl het publiek niet meer bijkomt van het lachen. Daniëlle heeft de potentie datzelfde te bereiken. Ze is er nog niet. In haar voorstelling lijken af en toe dingen uit de lucht te komen vallen. Ook ligt het tempo van de show wat hoog. Er volgen teveel dingen te snel op elkaar. Maar deze twee punten zijn haar snel vergeven. Zo’n voorstelling in vijfentwintig minuten is immers alleen maar te prijzen.

 

Geef ons meer liedjes. Een langere voorstelling. Meer tedere momenten. Meer grappen die een schaterlach veroorzaken. En vooral: een grotere zaal. Laat haar sprookje uitkomen. Ze is er goed genoeg voor. 

Fringe Review **** | Reviewed by Steven Mulders | 4 September 2011